Wat
- Welke gegevens en goederen moeten worden aangegeven in de aangifte van nalatenschap?
- Wie bepaalt de waarde van de goederen uit de nalatenschap?
Welke gegevens en goederen moeten worden aangegeven in de aangifte van nalatenschap?
De volgende gegevens en goederen moeten worden vermeld in de aangifte van nalatenschap:
De ondergetekenden of aangevers
De aangifte van nalatenschap moet worden ondertekend door alle aangevers.
De aangevers vermelden hun naam, voornamen, rijksregisternummer (bij gebrek aan het rijksregisternummer hun woonplaats, geboorteplaats en -datum) en de relatie tot de overledene. Indien de aangevers gehuwd zijn, vermelden zij ook de naam en voornamen van hun echtgenoot of echtgenote.
De overleden persoon
De aangifte vermeldt de naam, voornamen, beroep, domicilie, geboorteplaats en -datum van de overledene. Ook de plaats en de datum van overlijden moeten worden vermeld.
Ingeval de overledene een rijksinwoner betreft, moet de aangifte uitdrukkelijke melding maken van het adres, de datum en de duur van de vestiging van de verschillende fiscale woonplaatsen die de overledene gehad heeft in de periode van 5 jaar vóór zijn overlijden.
De uitgesloten erfgenamen
Indien de overledene in zijn wilsbeschikking of een contractuele beschikking erfgenamen heeft uitgesloten, moet de identiteit van deze uitgesloten erfgenamen in de aangifte worden vermeld.
De erfgenamen, legatarissen of begiftigden
Deze personen vermelden hun naam, voornamen, rijksregisternummer en wat door ieder van hen uit de erfenis wordt verkregen.
De keuze van woonplaats
De erfgenamen, legatarissen en begiftigden kiezen één adres waarnaar alle correspondentie wordt gestuurd.
De schenkingen onder de levenden
In de aangifte moet worden vermeld of de overledene aan zijn erfgenamen, legatarissen of begiftigden binnen de 3 jaar vóór zijn overlijden schenkingen heeft gedaan waarover ja dan neen schenkingsrecht werd geheven.
Indien dit het geval is, moet in de aangifte worden vermeld:
- wie de begunstigde van deze schenking was;
- waarover schenkingsrecht werd of moet worden geheven d.w.z. het bedrag van de schenking.
Deze bepaling is ook van toepassing, ongeacht de datum van de akte, indien de schenking gedaan werd onder een opschortende voorwaarde die vervuld werd door het overlijden van de schenker of minder dan 3 jaar vóór dit overlijden.
Het vruchtgebruik
In de aangifte moet worden vermeld of de overledene vruchtgebruik of met fideï-commis bezwaarde goederen had.
Indien dit het geval is
- moet opgave worden gedaan van deze goederen;
- moeten de personen worden aangeduid die tot het genot van de volle eigendom zijn gekomen of voordeel getrokken hebben uit het fideï-commis ten gevolge van het overlijden.
Het huisraad/de inboedel
Indien de overledene roerende goederen heeft nagelaten, moeten de aangevers in de aangifte vermelden of deze goederen wel of niet verzekerd waren tegen brand, diefstal of enig ander risico.
Indien de goederen verzekerd waren, moeten voor alle op de overlijdensdag lopende polissen de volgende gegevens worden vermeld :
- de naam / benaming en het adres van de verzekeraar
- de datum en het nummer van de polis
- de verzekerde goederen en de verzekerde waarde
De aangevers moeten ook uitdrukkelijk bevestigingen dat naar hun weten de goederen geen voorwerp uitmaken van andere polissen.
Het aan te geven actief
Wanneer de overledene een Belgisch rijksinwoner was, moet zijn hele vermogen d.w.z. alle roerende en onroerende goederen in binnen- en buitenland worden aangegeven. De nalatenschap van een rijksinwoner wordt belast met het successierecht.
Opgelet!
Ook goederen die niet behoren tot de nalatenschap van de overledene kunnen aan het successierecht onderworpen zijn:
- de roerende goederen die de overledene binnen de 3 jaar voor zijn overlijden heeft geschonken waarover geen schenkingsrecht geheven werd
- het kapitaal of de rente verkregen uit een door de overledene afgesloten levensverzekering
Wanneer de overledene geen Belgisch rijksinwoner was, moet er enkel aangifte worden gedaan van zijn onroerende goederen in België. De nalatenschap van een niet-rijksinwoner wordt belast met het recht van overgang bij overlijden.
Voor de roerende goederen moet, artikel per artikel, een nauwkeurige beschrijving en begroting worden gegeven. Voorbeelden van roerende goederen die deel uitmaken van het belastbaar actief zijn:
- bankrekeningen, koffers …
- liggende gelden, kasbons, aandelen …
- persoonlijke voorwerpen
- meubels
- verzamelingen
- auto's, caravans, boten …
Voor de onroerende goederen moet van ieder onroerend goed dat deel uitmaakt van de nalatenschap de kadastrale aanduiding (afdeling, sectie en perceelnummer) worden vermeld.
Het passief (schulden, begrafeniskosten …)
Wanneer de overledene een Belgisch rijksinwoner was, mogen bepaalde kosten en schulden worden afgetrokken van het belastbaar actief.
Kosten en schulden die als passief kunnen worden ingebracht, zijn:
- de begrafeniskosten:
- de lijkkist, de grafsteen
- de kerkdienst, de doodsbrieven, het rouwmaal op de dag van de begrafenis …
- schulden van de overledene die bestaan op het ogenblik van zijn overlijden:
- de kosten van de laatste ziekte
- de facturen van telefoon, water, gas, elektriciteit, belastingen …
Ook andere schulden kunnen als passief worden opgenomen. Voor iedere schuld moet de volgende gegevens worden vermeld:
- de naam, voornamen en domicilie van de schuldeiser
- de oorzaak van de schuld
- de datum van de akte, zo er een bestaat
De erfopvolgers moeten het bestaan van de schuld, het bedrag ervan en het deel ten laste van de overledene kunnen bewijzen. De bewijsstukken moeten bij de aangifte van nalatenschap worden gevoegd. Voor de begrafeniskosten volstaan onkostennota's en facturen als bewijs.
Wanneer de overledene geen Belgisch rijksinwoner was, kan geen enkel passief worden afgetrokken.
Opgelet!
Vlaams Gewest/Brussels Hoofdstedelijk Gewest : Als de overledene geen Belgische Rijksinwoner was, maar zijn domicilie of zetel van vermogen gevestigd was binnen de Europese Economische Ruimte, kan het passief (schulden) waarvan de erfopvolgers bewijzen dat ze specifiek werden aangegaan om onroerende goederen te verwerven of te behouden, in aanmerking worden genomen.
Waals Gewest: Alle schulden die in het bijzonder betrekking hebben op in België gelegen onroerende goederen kunnen als passief in aanmerking worden genomen.
Wie bepaalt de waarde van de goederen uit de nalatenschap?
Het zijn de erfgenamen die de waarde van de goederen moeten schatten.
De waarde van de goederen die moet worden aangegeven is de verkoopwaarde op de dag van het overlijden.
Voor onroerende goederen die in België gelegen zijn, zijn er 2 manieren om de waarde te bepalen:
- De erfgenamen maken zelf op basis van recente gegevens (bijvoorbeeld de verkoopprijs van vergelijkbare goederen in dezelfde omgeving) een schatting. Wanneer de administratie vindt dat een goed te laag werd geschat in de aangifte van nalatenschap brengt zij haar eigen schatting ter kennis van de erfgenamen.
- De erfgenamen laten op hun kosten de verkoopwaarde van de goederen door 1 of 3 deskundigen schatten. Deze methode wordt "voorafgaande schatting" genoemd. De schatting moet tijdig (d.w.z. vóór de indiening van de aangifte en uiterlijk vóór het verstrijken van de indieningstermijn) worden aangevraagd. U doet deze aanvraag door een aangetekende brief te richten aan de ontvanger van het registratiekantoor waar de aangifte van nalatenschap moet worden ingediend. De door de deskundigen vastgestelde waarde is bindend voor de aangevers en de administratie. Er kan dus geen meerwaarde worden gevestigd op goederen die volgens deze procedure zijn geschat.
